Bij Impact Orange Partners besteden we veel aandacht aan biodiversiteit. Biodiversiteit is in onze ogen geen abstract ideaal, maar een keiharde randvoorwaarde voor ons dagelijks leven: zij levert ons voedsel, schoon water, medicijnen, klimaatstabiliteit en economische veerkracht. Zonder biodiversiteit wordt het leven simpelweg een stuk minder leefbaar.
Tegelijkertijd staat biodiversiteit wereldwijd zwaar onder druk. Eén van de belangrijkste oorzaken is het huidige systeem van voedselproductie. Land- en zeegebruik voor landbouw, veeteelt en visserij behoren tot de grootste directe aanjagers van biodiversiteitsverlies. Het platbranden van tropisch regenwoud voor landbouw is daarvan het bekendste voorbeeld, maar zeker niet het enige. Het huidige systeem is niet houdbaar en zal fundamenteel moeten veranderen.
In deze blog gaan we in op de noodzakelijke transitie in de manier waarop ons voedsel wordt geproduceerd. We zetten de activiteiten in de keten op een rij die deze transitie vraagt. In een tweede blog gaan we in op de vraag hoe je als belegger aan die voedseltransitie kunt bijdragen, zonder zelf een boerderij te kopen of een start-up te beginnen.
Wat verstaan we onder voedseltransitie?
Het huidige voedselsysteem kent structurele problemen. Het is verantwoordelijk voor circa 30% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, draagt aanzienlijk bij aan biodiversiteitsverlies, vergt een groot deel van het beschikbare zoetwater en is economisch kwetsbaar. Bovendien leidt het niet altijd tot een even gezond voedingspatroon.
De wereldwijde voedselindustrie heeft een geschatte omzet van circa USD 8,7–9,5 biljoen per jaar. Afhankelijk van definitie en regio groeit deze markt naar verwachting met circa 4–6% per jaar richting ongeveer USD 15 biljoen in het komende decennium.
De voedseltransitie draait om het produceren van beter voedsel, met minder negatieve impact op natuur en klimaat, terwijl boeren en bedrijven in de keten economisch sterker en weerbaarder worden.
Gedragsverandering bij consumenten is daarbij belangrijk, maar zonder structurele veranderingen in de keten blijft het dweilen met de kraan open. Prijs, smaak en gemak blijven dominante factoren voor consumenten. De kern van de transitie ligt daarom vooral upstream: bij productie, verwerking en de inrichting van de keten, zodat duurzame keuzes ook vanzelfsprekend worden voor de consument.
Er zijn positieve signalen. De markt voor plantaardige voeding groeit sterk. Afhankelijk van de gehanteerde definitie (bijvoorbeeld alleen vlees- en zuivelvervangers versus alle plantaardige voedingscategorieën) varieert de wereldwijde marktgrootte inmiddels van enkele miljarden tot tientallen miljarden USD. In specifieke subsegmenten, zoals vleesvervangers, is de markt sinds 2018 ongeveer verdubbeld.
Ook de retailverkopen van biologisch voedsel laten een duidelijke lange-termijngroei zien. In Europa steeg de omzet van circa EUR 64 miljard in 2014 naar ruim EUR 136 miljard in 2023. Tegelijkertijd laten recente cijfers zien dat de groei in sommige regio’s afvlakt, wat onderstreept dat de transitie geen vanzelfsprekend lineair groeipad kent.
Benodigde investeringen
Voor de voedseltransitie zijn aanzienlijke investeringen nodig. Een gezamenlijk rapport van Bain & Company en het World Economic Forum stelt dat de mondiale agrifood-systemen ongeveer USD 1,1 biljoen per jaar nodig hebben gedurende de komende vijf jaar om over te schakelen naar duurzame, klimaatbestendige voedselproductie in lijn met de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs. Dit betreft investeringen in productie, distributie, verwerking en consumptiepatronen, gericht op het vergroten van veerkracht in het systeem. Het aanpassen van de landbouwproductie vormt de grootste kostenpost (ongeveer 40–50% van het totaal).
Veel van deze veranderingen vinden niet vanzelf plaats via marktmechanismen. De baten (minder biodiversiteitsverlies, minder klimaatrisico, gezondere bodems) komen vaak pas op langere termijn en deels bij de samenleving terecht, terwijl de kosten en risico’s nu bij boeren en bedrijven in de keten liggen. Juist hier ontstaat een rol voor impactkapitaal: het overbruggen van de kloof tussen private risico’s en maatschappelijke baten.
De meest relevante Sustainable Development Goals (SDG’s) voor de voedseltransitie zijn SDG 2 (Geen honger), SDG 12 (Verantwoorde consumptie en productie) en SDG 15 (Leven op het land). Daarnaast zijn SDG 3 (Gezondheid), SDG 13 (Klimaatactie) en SDG 14 (Leven in het water) nauw verweven met het voedselsysteem. Dit laat zien dat SDG’s niet los van elkaar staan, maar onderdeel zijn van een complex systeem. Je investeert in de praktijk zelden in één SDG, maar vrijwel altijd in een cluster van onderling verbonden doelen.
De voedselketen als geheel
De voedseltransitie raakt de volledige keten: van inputs en productie tot verwerking, logistiek, consumptie en circulariteit. Het onderstaande schema laat zien waar in de keten de belangrijkste hefbomen voor verandering zitten – en waar investeringen structureel impact kunnen maken.

De voedseltransitie speelt in meerdere sectoren, zoals regeneratieve landbouw en duurzame visserij. In de onderstaande matrix zijn voorbeelden weergegeven van relevante activiteiten in de voedseltransitie, uitgesplitst naar ketenfase en sector.

Deze activiteiten worden uitgevoerd door boeren, vissers, bedrijven, kennisinstellingen en andere organisaties. Als illustratief voorbeeld nemen we het bedrijf Ecolab. Ecolab draagt met zijn producten bij aan minder voedselverlies en efficiënter watergebruik, maar niet direct aan dieettransformatie, biodiversiteitsherstel of fundamentele landbouwverandering. In de matrix zijn de activiteiten van Ecolab daarom vooral te plaatsen als faciliterend binnen bestaande ketens.
Ecolab heeft bijvoorbeeld een indirect effect op aquatech doordat het oplossingen levert voor waterkwaliteit, hygiëne en procesoptimalisatie die aquacultuurtechnologie schaalbaarder en effectiever maken, zonder zelf aquatech te ontwikkelen of te produceren.
Tegelijkertijd heeft Ecolab ook negatieve impact. Met name in de ketenfase ‘inputs’ is dit zichtbaar door de productie en het gebruik van chemische middelen met energie-intensieve supply chains. Zulke trade-offs zijn onvermijdelijk in transities: niet elke bijdrage is per definitie ‘puur groen’. Dit onderstreept het belang van een genuanceerde impactanalyse, waarin zowel positieve als negatieve effecten expliciet worden meegenomen.
Slot
Met dit overzicht laten we zien hoe de voedseltransitie een systeemverandering is die de volledige keten raakt.
In de volgende blog gaan we in op de vraag hoe je als belegger gericht kunt investeren in deze activiteiten en waar kapitaal daadwerkelijk het verschil kan maken. Het gaat dan niet om het snoepje van de week, maar om investeringen die daadwerkelijk op de lange termijn tot verandering leiden.

